Opnieuw beginnen

Ergens halverwege het begin van de ruimte en het einde van de tijd staat een gebouw dat er eigenlijk niet hoort. Een mengelmoes van stijlen: een reeks trappen met aan het einde een zuilengalerij, daarboven een hoge betonnen wand met een allegaartje van spiegelglas en kerkramen, bovenop vier glanzende koepels, en overal toerentjes, afwisselend in de vorm van een minaret of een kerktoren. Het gebouw ligt er verlaten bij. Het wordt verondersteld de vergaderzaal van alle opperwezens in het heelal te zijn, maar aangezien de aarde nog steeds de enige bewoonde planeet met opperwezens in dat heelal is heeft niemand er iets te zoeken.
Behalve vandaag. Vandaag spoedt een bont gezelschap van opperwezens zich de trappen op, de ontvangsthal in. Voor het eerst sinds ettelijke duizenden jaren zijn alle opperwezens van de aarde bijeengekomen om de rampzalige toestand van hun planeet te bespreken. Een vriendelijke AI aan de balie ontvangt ze één voor één en reikt iedereen een eigen badge uit – ondanks protesten dat “de mensen me sowieso wel kennen” of, zoals het Joods-Christelijk opperwezen benadrukte, “niemand me bij mijn naam mag noemen” (Hij accepteerde tenslotte een badge met “MijnHeer” erop, dit ondanks het protest van enkele feministische godinnen uit het Griekse en Germaanse godenrijk).
Het voornaamste – en eigenlijk enige – punt op de agenda is: wat moeten we met de aarde aan. Van verschillende kanten wordt betoogd dat de mensheid druk bezig is de planeet uit te wonen, maar ontruiming is geen optie. Ten eerste zijn er geen andere planeten vrij, en als ze er al waren zou je die toch liever niet blootstellen aan een stelletje destructieve huurders als de mensheid. Dus de eigenlijke vraag is: wat te doen met de mensheid?
Eigenlijk zijn alle opperwezens het er wel over eens dat er ingegrepen moet worden. Maar hoe? De Westerse opperwezens zijn voorstander van een zondvloed: sinds de vorige was het toch al gauw zo’n vijfduizend jaar goed gegaan. Het gaat er maar om wie je overlaat. Daarop ontbrandt een discussie of Noah wel zo’n goede keus was geweest als nieuwe start voor de mensheid. Zeus en de oud-Griekse goden zijn eveneens voorstander van de ouderwetse zondvloed-methode maar stellen een andere start voor. Bij hen had die prima gewerkt, de twee overlevenden moesten gewoon stenen over hun schouder gooien, dan ontstaan de nieuwe manen en vrouwen vanzelf. Hun nieuwe mensenras had het toch mooi een paar duizend jaar uitgehouden, zo betogen zij, en de Griekse tempels en heiligdommen zijn nog steeds een fraaie herinnering aan een groots verleden en een toeristische trekpleister van belang.
Zowel de Oosterse als de Zuid-Amerikaanse opperwezens protesteren dat een zondvloed helemaal niet nodig is. Eens in de zoveel miljoen jaar gaat de aarde toch een nieuwe cyclus in, en wordt al het oude sowieso vervangen. Het is gewoon een kwestie van afwachten tot de nieuwe cyclus met de nieuwe mensheid gaat beginnen. Uiteraard krijgen ze daarop van verschillende kanten de vraag of het dan niet al te laat is. In het tempo waarin de huidige mensheid de aarde naar de knoppen helpt is er straks geen planeet meer over voor een nieuw begin.
De Germaanse goden houden een pleidooi voor het Ragnarok-principe: Zij hebben nooit een zondvloed nodig gehad. Als er eenmaal genoeg wezens zijn die elkaar het licht in de ogen niet gunnen, zorgt de mensheid zelf wel voor de broodnodige opruiming.In feite zijn ze daar nu al druk mee bezig, aldus hun woordvoorder Odin. Als de Westerse opperwezens daarop zeggen dat ze dan net zo goed de Apocalyps van stal kunnen halen wordt van verschillende kanten tegengeworpen dant dan niet alleen de mensheid maar de hele aarde weg is. Odin stelt voor dat ze desgewenst de monsters, het vuur en het ijs op kunnen schorten. Alleen met oorlog en ruzie valt al flink wat op te ruimen, en hij noemt een paar gebieden waar inderdaad behoorlijke vorderingen worden gemaakt met het uitroeien van de mensheid. Het Griekse opperwezen Ares, van oudsher god van de oorlog en een aantal collega’s vinden hetzelfde. Maar zijn vader Zeus blijft voorstander van een zondvloed. Een beetje moderne oorlog kan een hele efficiënte opruimtechniek zijn, maar je blijft altijd zitten met het probleem dat er een winnaar is die de aarde alsnog kan verpesten. Zijn broer Poseidon stelt voor om aan de zondvloed aardbevingen toe te voegen. Omdat hij ook als aardschudder bekend staat kan hij wel het een en ander zeggen over een opruimtechniek waarbij aardbevingen en vloedgoelven worden gecombineerd.
Zo ontstaat er een levendige discussie tussen de opperwezens over de beste methode om het mensdom uit te roeien teneiende de aarde te redden. Ieder opperwezen kan moeiteloos een stuk of wat vormen van dood en verderf noemen die even werkzaam zijn om de mensheid een halt toe te roepen, maar wat de beste manier is om de aarde van de mensheid te ontdoen, daarover is het laatste woord nog niet gesproken. Telkens is er weer een ander opperwezen dat de aandacht vraagt voor weer een andere manier om de aarde te verlossen van het probleem “mensheid”. Geen wonder natuurlijk: opperwezens zijn net mensen: ze vergaderen omdat ze willen dat er naar ze geluisterd wordt. En nu de mensen niet meer naar hun opperwezens luisteren hebben de opperwezens een reden te meer om door te vergaderen. Als er straks geen mensheid meer is en de vergadering wordt ontbonden, wie luistert er dan nog naar ze?
En wij? Wij hebben daar geen weet van, maar gaan intussen rustig onze eigen gang. Een hele poos geleden hebben we besloten dat we geen opperwezens nodig hebben om ons te leiden en te straffen, we kunnen het helemaal zelf af. Dus ontbossen we hier een stukje oerwoud voor een klimaartconferentie, bombarderen we daar een dorp of ziekenhuis om anderen een lesje te leren, leggen we een rivier droog voor een elektriciteitscentrale die weer een hoeveelheid AI van energie kan voorzien, zetten we windmolens stil en zonneparken uit omdat olie, gas en kolen ons beter uitkomen. En intussen horen we we hoe overal elders oorlogen uitbreken, rampen gebeuren, fatale besluiten worden genomen en zijn we blij dat het het ons hier en nu niet overkomt. Soms danken we daar zelfs een opperwezen voor. Niet wetend dat het opperwezen in kwestie in vergadering is om te beslissen wat er met ons moet gebeuren.
En op zeker moment, in een onzekere toekomst, staart het laatste leven op aarde uit over een troosteloze vlakte waar drones hun laatste explosieve lasten hebben laten vallen, de begroeiing zwartgeblakerd is door de zoveelste natuurbrand, de modder net aan het opdrogen is na een stormvloed of de zoveelste lading slagregens die over de wereld werd uitgestort. Misschien heeft dat laatste leven op aarde geen besef van het feit dat er verder geen leven meer op aarde is. Denkt het dat de leegte rondom alleen maar plaatselijk is, dat het niet overal even leeg en desolaat is.
Dat leven weet niets anders te doen dan wat leven altijd gedaan heeft: toch maar proberen door te gaan. En zonder het te willen of te weten laat dat laatste leven op aarde zaadjes, bladeren, takjes, stukjes weefsel of wat dan ook vallen. En alles wat er valt ontkiemt, wordt een plant die begint te groeien, een muis die wegrent, een pad die wegkruipt, een vis die spartelend in het water belandt en wegzwemt.
Want ergens halverwege het begin van de ruimte en het einde van de tijd zit een onbekend opperwezen Nzame, ergens uit Afrika, geleund tegen een zuil voor de vergaderzaal van de opperwezens. Hij heeft lang genoeg geluisterd naar al die opperwezens die de mensheid een halt willen toeroepen om de aarde te redden. Hij had allang begrepen dat de mensen mans genoeg zijn om zichzelf uit te roeien, dat daar geen hogere macht voor nodig is. Maar een aarde zonder leven, dat wil hij niet. Dat is zonde van zo’n mooie planeet.
Dus terwijl de andere opperwezens doordiscussiëren over het einde van de mensheid zit Nzame stilletjes te bedenken hoe hij nieuwe bewoners voor zo’n mooie planeet kan maken. En hij bedenkt dat het nieuwe leven gewoon weer uit de modder omhoog moet komen en zaadjes, bladeren, takjes, haren, stukjes van zichzelf moet laten vallen. En ieder stukje leven dat in de modder valt zal veranderen, en groeien als een boom of plant of wegkruipen als een insect, een reptiel, weglopen als een dier, opvliegen als een vogel of wegzwemmen als een vis. En stilletjes vraagt Nzame zich af of het een goed idee zou zijn om toch nog eens zoiets als een mens te proberen…

Liever een boek?
Dit is een van de vijftig verhaaltjes uit “Voor de Vaak”, een boek voor wie de werkelijkheid graag met een korreltje zout neemt.
